
Parterre voor Hardenbroek (1735, Driebergen-Rijsenburg) (Bron: Het Utrechts Archief) groot
De archiefbeschrijving luidt: Ontwerptekening bij de aanbesteding van de aanleg van een parterre met vlak bloemperk in de tuin van huis Hardenbroek door Ludowig Iven, uit 1735, met aan de keerzijde opgave van de begrote aanlegkosten. Op de achterzijde staat ‘comt mij t aenbesteden van de partere te staen op ƒ 50’. Of de parterre gerealiseerd is en waar ten opzichte van het huis is onbekend.
De rode en grijze inkleuring zal op de kleur steenslag duiden. De plattegrond met de tuinen van Het Loo van Christiaan Pieter van Staden (ca. 1720) laat dat duidelijker zien. De onderstaande uitsnede betreft de Koninginnetuin. Met daarna een foto uit 2013 en één van voor 2013. Zie wat die verandering betreft het eerdere bericht uit 2013.

Het Loo van Aftere (ca. 1720), Christiaan Pieter van Staden (Bron: Nationaal Archief) gehele kaart

De Koninginnetuin in 2013

De Koninginnetuin voor 2013





Eeuwenlang bleef alles min of meer hetzelfde in de Nederlandse tuin, maar vanaf de zeventiende eeuw buitelden de ontwikkelingen over elkaar heen: er werden inheemse planten gekweekt en nieuwe technieken ontwikkeld. Aan de hand van het leven en werk van hoveniers en kwekers verhaalt historicus Lenneke Berkhout over de fascinerende veranderingen in het tuinieren.
Het Overijsselsche Landschap en de Twentse textielindustrie gaan samen ver terug, 90 jaar om precies te zijn. Het landschap is in die tijd flink veranderd, maar de uitdagingen zijn vergelijkbaar. Textielfabrikanten waren bij de inrichting van hun landgoederen afhankelijk van water, bodem en biodiversiteit. En juist die aspecten spelen nog steeds. Andere tijden, maar in de kern dezelfde opgaven. De publicatie Landgoederen van Textiel / aan de slag met de landgoederenzone rondom Enschede (auteur Martijn Horst, 190 pagina’s) combineert historische data over onze landgoederen met de uitkomsten van nieuw (veld)onderzoek. Op basis daarvan is voor elk landgoed een karakterschets en ‘gedachtegoedtekening’ ontwikkeld; een ontwerp in de geest van de oorspronkelijke landschapsontwerper, maar aangepast aan de huidige tijd. Daarnaast zijn waarderings- en vitaliteitskaarten gemaakt waarmee we niet alleen terug, maar juist ook vooruit blikken.




(OVERGENOMEN)
Betreffende zin luidt: Het aantal dreven in een sterrenbos was variabel. Een veel voorkomend type was de ‘zevenster’. Een ‘zevenster’ bestond uit twee ganzenvoeten, die elkaars spiegelbeeld waren, met een centrale dreef in het midden. Vandaar dat er slechts zeven dreven geteld werden (3+3+1=7), hoewel de ‘zevenster’ eigenlijk achtstralig was. Het op het eerste gezicht door elkaar gebruiken van ganzenvoet en sterrenbos gaf verwarring. Tot een tekening van het Vlaanderense voorbeeld van de Zevenster van kasteel Scheldevelde werd gevonden. Inderdaad een doorgaande dreef (oranje) met aan weerszijden een ganzenvoet (geel). Bekijk je de lanen geïsoleerd van zijn omgeving dan zou je het een sterrenbos met acht lanen noemen.