(OVERGENOMEN)
De Amsterdamse behangselschilder Willem Uppink liet ten minste zes panoramische ensembles na, geschilderd in olieverf op doek. Zij sieren vertrekken in monumenten in Amsterdam, Zaandijk en daarbuiten. Tot voor kort was deze kunstenaar nagenoeg in vergetelheid geraakt. Zeer ten onrechte volgens de auteur, die in de monografie en oeuvrecatalogus aantoont waarom.
In zijn tijd was Uppink een gevraagd kunstenaar. Tussen 1807 en 1820 heeft hij de grachtenpanden aan de Heren- en Keizersgracht versierd met wandvullend werk. Daarna leverde hij tussen 1830 en 1832 ook ensembles in twee woonhuizen aan de Lagedijk in Zaandijk. Deze zijn nog steeds in situ te bewonderen, waarvan die in het Honig Breethuis voor het publiek toegankelijk zijn. Recent verwierf dit museum een tot nog toe onbekend portret van Uppink uit het jaar 1798.
Van Uppink zijn kleinere werken in rijksbezit. Hierbij gaat het om portretten en een landschap in olieverf op paneel, alsmede landschapsstudies uitgevoerd in aquarel. Enkele werken van Uppink worden in het kader van het twintigjarig bestaan van het Honig Breethuis als woonhuismuseum eenmalig bijeengebracht. Het boek legt het oeuvre vast en documenteert de gedetailleerde kunst en betekenis van Uppink in paginagrote kleurenfoto’s en begeleidende tekst. Dr. Richard Harmanni, deskundige op het gebied van historische behangsels, verzorgde een kunsthistorische introductie en duiding.
George Slieker, Willem Uppink (1767-1849), behangsel- en landschapsschilder, tot 1 januari 2020 € 19,95, daarna € 24,95, 200 pp. Bestellen kan vast via jubileum@honigbreethuis.nl of info@honigbreethuis.nl.
—
Vanaf 7 november 2019 viert de Vereniging ‘Jacob Honig Jansz. Jr.’ het twintigjarig bestaan van het Honig Breethuis als woonhuismuseum. Tegelijk opent de tentoonstelling over de behangselschilder Willem Uppink (1767-1849). En naast deze tentoonstelling en de monografie is er een lezingencyclus rondom Willem Uppink, in de periode 17 november 2019 t/m 26 april 2020. Zie website van Honig Breethuis.
Meer: eerder weblog bericht, filmpje en afbeeldingen in RKD beeldbank.




In de wijde omtrek van Amsterdam zijn nog altijd buitenplaatsen uit de 17de en 18de eeuw te vinden. Zij waren veelal in het bezit van kooplieden die handel dreven over de wereldzeeën, rijk geworden dankzij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Veel minder bekend is dat menig koopman ook buiten de VOC op grote schaal handel dreef. De van oudsher ‘grote vaart’ op Moskovië, dat allengs Rusland werd genoemd, zorgde aanvankelijk voor winsten die hoger waren dan die van de handel op de Indische archipel. Een klein aantal, overwegend Amsterdamse kooplieden werd met de handel op Rusland schatrijk; voor het kapitaal dat zij niet in hun ondernemingen investeerden zochten zij mogelijkheden om het nuttig te beleggen: buitenplaatsen, ofwel ‘Hollandse datsja’s’.

Genootschap Oud Westland wint de Ithakaprijs 2019 met de publicatie Buitenplaatsen in het Westland. Met smaak en tot voordeel aangelegd, Naaldwijk 2018
Debat & Opening Tentoonstelling