
Boom met overgroeide ‘krammetjes’ of ‘nietsjes’, Velserbeek te Velsen-Zuid.
Ik zat te bladeren door ‘oude’ foto’s die ik schoot op Velserbeek (Velsen-Zuid) en kwam bovenstaande boom tegen. Waarom ook alweer deze foto geschoten? Moest even denken. Om dat hart en die andere insneden? Nee, het gaat om de horizontale strepen. Overgroeide ‘krammetjes’ of ‘nietsjes’. Om in de boom te kunnen klimmen. Het was een WO II observatiepost. Toen herkent omdat ik eerder die van Rhederoord te De Steeg beklom 🙂
Jan Holwerda

Uitkijkpost, met ‘krammetjes’ of ‘nietjes’ tot boven in een naaldboom, Rhederoord bij De Steeg (Foto: Laura Fokkema)
Het Jaarboekje Niftarlake kent altijd een tot meerdere artikelen die over buitenplaatsen gaan. Op het laatste nummer na staat alles al online en na het verschijnen van een nieuw nummer staat ook het voorgaande nummer al snel online. Dus t/m 2023 nu al online, zie 




In dit derde deel van de buitenplaatsen van Rotterdam worden de zomerverblijven van de Rotterdamse elite beschreven die aan de Schie lagen. Deze keer spelen ook eigenaren die hun stadshuis in Delft, Delfshaven of Schiedam hadden een rol. Na het succes van de Kralingse buitenplaatsen en De buitenplaatsen bij de Rotte ligt er weer een boek voor u vol mooie verhalen over de huizen en hun bewoners, de lokale geschiedenis en de rol van deze buitenplaatsen in de Vaderlandse geschiedenis en wederom is het rijk geïllustreerd. Langzaamaan ontstaat een beeld van dit elitaire leven rond Rotterdam dat niet onder gedaan heeft voor veel beroemdere buitenplaatsenlandschappen zoals de Vecht en de Utrechtse heuvelrug. Helaas is er wel veel minder van over. Maar in Overschie kunnen we nog De Tempel, de Leeuwenhof en Nieuw Rodenrijs aanschouwen, terwijl in de stad op het kruispunt van de Schiekade en de Walenburgerweg nog het huis De Walenburg ligt.
Luchtfoto met Stania State (Oentjerk) en transparant AHN4 DTM Hillshade kleur.
Met 21 unieke inkijkjes in de laatste nog intacte Koetshuizen in Nederland. Sensitief en kunstzinnig gefotografeerd. Door het licht dat er spaarzaam naar binnenvalt, het donkere hout en een enkel spinnenweb, zijn het gebouwen die een zeker mysterie uitstralen. De meeste zijn in privébezit, niet geopend voor het publiek. Ooit klonk er het ritmische geluid van paardenhoeven in het gangpad, sjouwden er stalknechten met emmers water, en werd er aan rijtuigen gepoetst tot ze blonken in het ochtendlicht. Wie in vorige eeuwen een rijtuig bezat, had een hele ‘equipage’ van paarden, tuigen en personeel. En dat had een onderkomen nodig: een koetshuis. Na vier jaar onderzoek is dit het eerste boek gewijd aan het meest multifunctionele bijgebouw op de Nederlandse buitenplaats. Dit standaardwerk neemt je mee door de tijd, van de dagen dat paarden van de adel nog een veilig heenkomen zochten binnen de gracht en versterkte muren van een voorburcht tot de negentiende eeuw, waarin het koetshuis zich ontplooide tot luxe onderdeel van het parklandschap van buitenplaatsen. Altijd stonden er paarden op stal, totdat de automobiel zijn intrede deed en de laatste koetshuizen tevens als garage gingen dienen. Beroemde architecten zoals Berlage en Eberson tekenden ontwerpen voor dit erfgoed dat nu veelal een monumentenstatus heeft, maar door herbestemming zijn unieke kenmerken dreigt te verliezen. Een fascinerend boek voor liefhebbers van buitenplaatsen, paarden en autohistorie.



